IN 2012

Belangrijkse mijnsite van Wallonië

Le Grand Hornu, Bois-du-Luc, Bois du Cazier en Blegny-Mine  staan tezamen op de prestigieuze Werelderfgoedlijst, naast andere Waalse sites die er reeds op vermeld staan (de scheepsliften van het Canal du Centre, Waalse belforten, de kathedraal Notre-Dame in Doornik en neolithische mijnbouw in Spiennes).

whc_be_mining_wallonia_frElkaar aanvullend vormen de vier mijnsites een samenhangend geheel dat hun opname in serie rechtvaardigt. Deze registratie betekent een echte erkenning van de geschiedenis, van de diversiteit en de rijkdom van de belangrijkste mijnsites van Wallonië en van het patrimonium van de Waalse mijnbouw in het algemeen.

 
Deze erkenning is het resultaat van een constructieve samenwerking tussen de actoren van de vier mijnsites tijdens de periode van de kandidatuurstelling, in synergie met het Waals Gewest. Maar dit is slechts een etappe en tevens een uitdaging in de opdracht tot het behoud en de opwaardering van deze sites. Daartoe hebben de betrokken beheerders en alle operatoren en instituten, zich geëngageerd.
 
In het kader van de 36ste zitting, gehouden in St. Petersburg in 2012, heeft de Commissie van het Werelderfgoed besloten om de belangrijkste mijnsites van Wallonië op de Werelderfgoedlijst te registreren. Voor de vier sites is deze registratie een opportuniteit, maar het betekent tevens een werkelijke uitdaging voor hun toekomst. Inderdaad, de sites verbinden zich hierdoor tot een uitdaging op lange termijn.
 
Volgens de definitie, bepaald door de Commissie van het Werelderfgoed, betekent de uitzonderlijke universele waarde een culturele en /of natuurlijke belangrijkheid die zo uitzonderlijk is dat ze de nationale grenzen overstijgt en dat ze hetzelfde onschatbare kenmerk draagt voor de huidige en toekomstige generaties van de hele mensheid.
Dit betekent dus dat de sites, erkend als werelderfgoed, behoren tot alle volkeren van de wereld en dat ze uitzonderlijke voorbeelden van diversiteit van cultuur en rijkdom van de natuur belichamen.
 
Om te worden opgenomen op de Werelderfgoedlijst moeten de sites een uitzonderlijke universele waarde bezitten en voldoen aan minstens één van de tien selectiecriteria vermeld door de UNESCO. De criteria waaraan het geheel, samengesteld door de vier sites, beantwoordt, zijn de criteria II (Getuige van een uitwisseling van invloeden) en IV (Uitstekend voorbeeld van een of belangrijke periode(s) in de menselijke geschiedenis).
 
De vier sites verenigen inderdaad op een beperkte ruimte alle aspecten van het mijnbouw erfgoed, (technisch, sociaal, architecturaal) en vullen elkaar aan. Tezamen vertegenwoordigen zij een culturele samenvloeiing van zeer diverse achtergronden door de uitwisseling van technologieën en menselijke bekwaamheden. Ze oefenden een aanzienlijke invloed uit in Europa en de wereld.

Het uitbaten van de kolenbekkens vanaf Wales tot het bekken van Aken via Nord-Pas-de-Calais gebeurde in hetzelfde tijdsbestek als op de vier sites: vanaf het begin van de negentiende tot slide_color1het einde van de twintigste eeuw. Het geheel vormde tevens een microkosmos van de industriële revolutie. De verschillende stadia van de technologische ontwikkeling zijn allen vertegenwoordigd, evenals de evolutie van de sociale relaties.
 
De sites voldoen eveneens aan de normen van integriteit en authenticiteit vereist door de Commissie van het Werelderfgoed door hun kwaliteit, diversiteit, originaliteit en rijkdom van hun componenten.

Tous droits réservés | Réalisé par Charlotte Jeuniaux pour le Bois du Cazier