

Een autodidactisch uitvinder
Van schrijnwerker tot geniale uitvinder
Zénobe Gramme was afkomstig uit de regio Luik. Hij begint zijn loopbaan als schrijnwerker. In 1860 gaat hij in dienst als modelmaker in de ateliers van L’Alliance in Parijs, een bedrijf gespecialiseerd in elektrische apparaten. Hij maakt er houten onderdelen voor de machines. In deze stimulerende technische omgeving ontwikkelt hij een belangstelling voor elektriciteit en brengt hij verbeteringen aan de producten van het bedrijf aan. In 1869 dient hij een octrooi in voor de dynamo, toen bekend als de “machine van Gramme”.
De dynamo, een baanbrekende uitvinding
De Frans-Duitse Oorlog en de Parijse Commune vertragen de presentatie van de dynamo aan de Académie des sciences. Die vindt pas in 1871 plaats. Datzelfde jaar gaat Gramme een partnerschap aan met de industrieel Hippolyte Fontaine. Ze richten in Parijs de Société des machines magnéto-électriques Gramme op, die zich wijdt aan de productie van zijn uitvinding.
Aanvankelijk wordt de dynamo gebruikt voor de verlichting van fabrieken en openbare ruimten. Hij genereert elektriciteit, maar kan ook als motor dienen. Door het compacte formaat kan hij in kleine werkplaatsen worden geïnstalleerd. Op die manier draagt hij bij aan de mechanisering van vele ambachten.
Op de eerste Internationale Elektriciteitstentoonstelling in Parijs in 1881 kent de dynamo een groot succes. Voor het einde van de 19de eeuw worden er meer dan 10.000 stuks gemaakt. Gramme verkoopt zijn patenten in het buitenland, waar andere bedrijven dynamo’s beginnen te produceren.
Een verlicht autodidact
Zénobe Gramme heeft geen diepgaande opleiding in de fysica gehad. Toch is zijn dynamo gebaseerd op de wetten van het elektromagnetisme, ontdekt door Ørsted, Ampère en Faraday. Tijdens een lezing zou hij bescheiden hebben gezegd: “Als ik dat allemaal had moeten weten, had ik hem nooit uitgevonden. ”